 Richtlijn voorlichting patiënten geestelijke gezondheidszorg
Deze tekst is een overname van de letterlijke tekst uit de Richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Het recht van patiënten op goede informatie is wettelijk vastgelegd in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en de Kwaliteitswet zorginstellingen. Informatie verstrekken, voorlichting geven, is echter veel meer dan het voldoen aan een wettelijke eis. Het gaat om een open mentaliteit van gelijkwaardigheid, de kunde om informatie over te brengen en het vormen van gewoonten en routines, waarbij het geven van voorlichting een dagelijkse vanzelfsprekendheid wordt. Elke zorgverlener in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) heeft de individuele verantwoordelijkheid patiëntenvoorlichting op bovenstaande wijze vorm te geven. Het spreekt daarbij voor zich dat de inhoud van de voorlichting zoveel mogelijk wordt afgestemd op de voor de beroepsgroep geldende normen voor verantwoorde zorg. Daarnaast hebben ook instellingen voor geestelijke gezondheidszorg een eigen verantwoordelijkheid. Voorlichting dient in het beleid opgenomen te zijn en materialen om voorlichting te geven behoren aanwezig te zijn. Verder mag van GGZ-instellingen verwacht worden dat zij in hun regio voorlichtingsactiviteiten ontplooien voor andere groepen dan hun directe patiënten. Uitwerking voor de praktijk - Patiënten hebben recht op adequate voorlichting, die een vast onderdeel dient te zijn van iedere behandeling.
- Patiënten hebben recht op voorlichting, maar mogen die informatie ook weigeren.
- Een behandeling waarbij aan de patiënt geen informatie is geboden over de aandoening, de vooruitzichten op korte en langere termijn en de behandelingsmogelijkheden is een onvoldoende behandeling.
- Voorlichting behoort een vast onderdeel te zijn van het behandelingsplan. Van het geven van voorlichting wordt aantekening gemaakt in het patiëntendossier.
- Bij voorlichting is geen sprake van eenrichtingsverkeer maar van een interactief proces tussen hulpverlener, patiënt, familie en andere betrokkenen. Hierbij zal de hulpverlener de voorlichting afstemmen op behoeften, begripsniveau en culturele achtergronden van de voor te lichten personen. Degene die de voorlichting geeft, dient steeds na te gaan of deze voldoende begrepen is.
- Wil de voorlichtingsboodschap overkomen, dan moet voorlichting bij herhaling gegeven worden, bij voorkeur op meerdere manieren en door verschillende beroepsgroepen. Als ondersteuning van de mondelinge voorlichting kan schriftelijk en audiovisueel materiaal worden gebruikt. Voorlichting kan zowel individueel als in groepen worden gegeven. Bij voorlichting valt ook te denken aan contacten met zelfhulpgroepen en lotgenoten.
- Het verwerven van voorlichtingsvaardigheden dient een onderdeel van de opleidingen te zijn. Ook in bij- en nascholingsactiviteiten moet hieraan aandacht worden besteed.
- GGZ-instellingen behoren een schriftelijk vastgelegd voorlichtingsbeleid te hebben en te beschikken over voor patiënten en familie goed toegankelijk voorlichtingsmateriaal. Bij visitatie en accreditatie dient hier aandacht aan besteed te worden.

|