Keuzevrijheid

Als je mensen vertrouwen geeft (waaronder: vrijheid) nemen zij hun verantwoordelijkheid en halen zij het beste uit zich zelf.

Inleiding
Mensen functioneren het beste als zij zelf sturing kunnen geven aan hun leven. Mensen met psychische stoornissen* zijn belemmerd in hun keuzevrijheid en functioneren (sociaal, maatschappelijk) door stoornissen in hun zelfbeeld en in hun het denken, voelen en handelen.  Voorbeelden zijn: zij hebben een (te) laag zelfbeeld, zijn (te) introvert, afhankelijk, emotioneel labiel of impulsief. Het kan gaan om ‘tijdelijke’ stoornissen zoals een depressieve stoornis of angststoornis. Als je erg somber bent of erg angstig, is je keuzevrijheid natuurlijk beperkt. Je komt ergens niet aan toe of je durft het niet.

*Wij gebruiken zowel de term cliënten als patiënten, naar wat betrokkenen als prettig ervaren

Persoonlijkheidsproblematiek
Mensen met persoonlijkheidsproblematiek zijn zeker belemmerd in hun keuzevrijheid omdat de stoornissen diepergeworteld zijn, als het ware meer aan de persoon(lijkheid) verbonden, soms zelfs hardnekkig en deels blijvend aanwezig. Dat geldt zeker voor die aspecten die vooral in aanleg aanwezig zijn, je temperament bijvoorbeeld. Zo kunnen mensen van nature binnenvetters zijn (introvert) of juist zeer open en spontaan (extravert). Emotioneel stabiel (tegen veel stress bestand) of juist instabiel. Dwangmatig of juist impulsief.
Maar ook tijdens de ontwikkeling van een jong afhankelijk kind naar een volwassen, rijpe, zelfstandig functionerende persoon (die veel keuzevrijheid zou moeten hebben) kunnen zaken zijn misgegaan. Voorbeelden zijn bepaalde opvoedingspatronen, en nare gebeurtenissen zoals lichamelijk geweld en seksuele misbruik. Als je heel strak bent opgevoed of juist heel erg ‘losjes’ kun je op latere leeftijd moeite hebben met keuzevrijheid.  Dat geldt zeker als je in een onveilige omgeving bent opgegroeid.

Kunnen kiezen
Zo komen wij aan ons motto: kunnen kiezen. Mensen functioneren het beste als zij zelf sturing kunnen geven aan hun leven en door psychische problemen kunnen zij minder kiezen. Wij willen een bijdrage leveren aan (weer) beter kunnen kiezen. Ook al omdat wij menen dat mensen meer verantwoording voor hun daden (moeten) nemen, als zij meer keuzevrijheid hebben.
Uiteraard kan vrijheid ook op andere manieren beperkt worden zoals door maatschappelijke en politieke factoren. Maar daar gaan wij niet over.

Keuzevrijheid is niet onbegrensd!
De omgeving van mensen (familie, gezin, maatschappij) stelt eisen en daar zal een ieder rekening mee moeten houden. Als je het leefbaar wilt houden binnen je relatie of met de mensen met wie je in een huis of in een buurt woont, zul je moeten geven en nemen. Als je je baan wilt houden zul je aan de eisen van de werkgever moeten voldoen. 
Mensen kunnen trouwens ook ‘ontsporen’ bij te veel vrijheid en overvloed geeft ook vaak onbehagen, ook bij ‘te veel’ keuzemogelijkheden.
Ook in behandeling is het niet ‘ú vraagt en wij draaien’. Professionals dienen hun werk te doen en helder aan te geven wat wel en niet ‘goed’ is binnen een professionele behandeling.

De balans
Wij willen dus zowel ná maar ook al ín de behandeling mensen weer zoveel mogelijk vrijheid laten ervaren. Daar beginnen we dan ook direct mee door voortdurend de persoonlijke wensen voorop te stellen (zogenaamde vraaggestuurde zorg). Daar tegenover zetten we de professionele adviezen van onze hulpverleners. Op basis van hun kennis en hun ervaring weten zij wanneer bepaalde zaken uitgesproken verstandig of onverstandig zijn. Onverstandig is bijvoorbeeld het niet verschijnen op afspraken en het niet actief meewerken aan de behandeling. Geweld naar anderen zullen wij niet accepteren.
De balans tussen keuzevrijheid en discipline is permanent onderwerp van gesprek. Goede communicatie is hierbij van essentieel belang.

Een vergelijking
Er is een vergelijking te maken met het opvoeden van kinderen: je probeert - in toenemende mate - de keuzevrijheid steeds verder te vergroten zodat ze later op eigen benen kunnen staan. Een goede opvoeding bestaat uit zeer helder grenzen en kaders, per levensfase verschillend. In feite frustreer je – vooral jonge - kinderen voortdurend in hun keuzevrijheid: ze willen niet naar school, niet naar bed, niet het (gezonde) eten opeten wat ze voorgeschoteld krijgen. Maar ze moeten toch. Daar is helemaal niets mis mee! Essentieel is de uitleg - het waarom - die gegeven wordt aan de vrijheidsbeperkingen. Zo worden de beperkingen van de keuzevrijheid ‘beter’ geaccepteerd. Discipline en vrijheid kunnen zo dus uitstekend in een dynamische interactie naast elkaar bestaan. En hoe ouder de kinderen worden hoe meer vrijheid ze normaal gesproken aankunnen, en hoe meer de ouders moeten loslaten.
Voor de goede orde: wij zullen onze volwassen cliënten nooit als ‘kinderen’ behandelen!

Ook voor de medewerkers
Wij beschouwen ‘keuzevrijheid versus discipline’ tot het cultuurgoed van het gehele programma, van de ‘balie tot de baas’. Ook medewerkers functioneren het beste als zij veel vrijheid (en daardoor veel plezier) ervaren in hun werk, kunnen doen waar zij goed in zijn en zo min mogelijk hoeven te doen waar ze niet zo goed in zijn. Ook zij nemen hun verantwoordelijk beter als ze keuzevrijheid ervaren. Het sleutelwoord is: vertrouwen. Als je mensen vertrouwen geeft (waaronder: vrijheid) nemen zij hun verantwoordelijkheid en halen zij het beste uit zich zelf.
Natuurlijk wordt van hen ook discipline verwacht, zoals altijd een dienstverlenende en klantvriendelijke houding aan nemen, en werken volgens de professionele standaards.
Het strakke kader is: afspraak is afspraak. Iedereen houdt zich strikt aan de in goed overleg gemaakte afspraken. Hoe minder het aantal afspraken en hoe duidelijker, des te beter werkt het systeem. En iedereen moet iedereen scherp houden, bijvoorbeeld door elkaar aan te spreken. Hiervoor is een cultuur nodig waarin openheid, vertrouwen en respect de boventoon voeren. En de wil tot samenwerken.